Feedback op je scriptie (scriptiehulp)

Published by: 0

Scriptium is een nakijkservice voor je scriptie. Bij Scriptium kun je je scriptie laten nakijken op taal, structuur en inhoud. Het is voor studenten belangrijk dat er bij inhoudelijke controle voldoende feedback wordt gegeven, dat de uitleg over wat er mis is begrijpelijk is, en dat er logica wordt geschept te midden van de brei aan onlogica. Hieronder worden de punten aangestipt waarover je bij Scriptium feedback krijgt:

  • De samenvatting dient compleet te zijn: is de probleemstelling besproken (eventueel onderzoeksvraag)? Worden de onderzoeksmethoden kort besproken, de resultaten en conclusies, en eventueel de aanbevelingen? De samenvatting is kort, meestal 1-1,5 pagina’s, bij lange scripties is 2 pagina’s ook goed.
  • Dan volgt de inleiding, met een korte schets van de context, eventueel de bespreking van de relevantie, de probleemanalyse, de hoofdvraag met eventueel de deelvragen, en aan het slot de leeswijzer, waarin staat aangegeven hoe de rest van de scriptie is opgebouwd (vanaf het hoofdstuk dat na de inleiding volgt). Soms worden in de inleiding kort enkele begrippen besproken, maar er mag meestal niet teveel en te lang op de theorie worden ingegaan (kan dan naar theoriehoofdstuk, als dat er is). Soms is de inleiding heel kort en worden in een apart hoofdstuk de probleemstelling en onderzoeksvragen besproken.
  • Een onderzoeksvraag dient helder geformuleerd te zijn. De deelvragen mogen niet dezelfde vragen zijn als de hoofdvraag, en ze mogen ook niet breder zijn dan de hoofdvraag, want de hoofdvraag is de overkoepelende vraag. Idealiter is de hoofdvraag een onderzoekende, oplossingsgerichte vraag en vloeit de hoofdvraag voort uit de probleemstelling en probleemanalyse. Soms wordt er een verband onderzocht (verband tussen X en Y, meestal bij scripties psychologie). 
  • Aan het begin van het theoriehoofdstuk staat vaak kort aangegeven wat er wordt besproken in dat hoofdstuk, eventueel samen met de bespreking van de begrippen. Dan worden de modellen en/of de theorie besproken. Wat besproken wordt moet relevant zijn (in functie staan van het beantwoorden van de hoofdvraag). Het is altijd goed als de auteur aantoont een koppeling te kunnen maken tussen wat hij in de theorie bespreekt en het doel van het onderzoek/de onderzoeksvraag. Dus: waarom wordt deze theorie besproken en wordt dit model behandeld? Soms wordt een theoriehoofdstuk afgesloten met een tussenconclusie of samenvatting.
  • Dan volgt het methodedeel. Aan de hand van wat er in het methodedeel staat, zou een ander persoon het onderzoek opnieuw op dezelfde wijze moeten kunnen uitvoeren (het onderzoek dient repliceerbaar te zijn). Daarom moet de informatie compleet zijn. Is het een kwalitatief of kwantitatief onderzoek en waarom is daarvoor gekozen? Hoe is het onderzoek in de praktijk uitgevoerd (hoe zijn de respondenten benaderd, waar heeft het plaatsgevonden, hoe lang heeft het geduurd, etc.), hoeveel respondenten zijn benaderd (plus eventueel informatie over de nonrespons). Meestal wordt het methodedeel afgesloten met een bespreking van de betrouwbaarheid en validiteit. Hoe zijn die gewaarborgd? Dit zorgt voor meer wetenschappelijk fundament. 
  • Dan volgen doorgaans de resultaten. Bij interviews worden dan vaak korte quotes toegevoegd of er wordt verwezen naar bijlagen. Bij kwantitatief onderzoek worden er soms figuren of tabellen toegevoegd. De resultaten dienen relevant te zijn voor het onderzoek. 
  • Tot slot volgen de conclusies en eventueel aanbevelingen en een discussiehoofdstuk, waarin aangegeven wordt wat de beperkingen van het onderzoek waren. In de conclusies wordt meestal de hoofdvraag aan het begin herhaald en wordt een verband getrokken tussen de onderzoeksresultaten en het probleem. Soms volgt ook een reflectiehoofdstuk, waarin de onderzoeker reflecteert op zijn onderzoek en zijn rol als onderzoeker.
  • Er zijn varianten op deze ‘algemene regels’. In een actieonderzoek bijvoorbeeld, gaat de onderzoeker zelf een probleem proberen op te lossen en maakt hij dus zelf deel uit van het onderzoek (meestal bij onderwijskundige onderzoeken, bijvoorbeeld wanneer er een nieuwe lesmethode wordt getest). Bij rechtenscripties is het tegenwoordig wat gangbaarder dat de onderzoeker zijn eigen mening of visie geeft (ook al moet men daar voorzichtig mee zijn). Een historisch onderzoek of filosofisch onderzoek is vaak erg beschrijvend en juist niet gericht op het oplossen van een probleem, bij marketing- en managementscripties worden de scripties meestal niet afgesloten met een conclusie en aanbevelingen, maar volgt er nog een concreet adviesrapport voor de praktijk. Bij onderzoeken psychologie gaat het vaak niet om het oplossen van een probleem maar het onderzoeken van een verband, en bij studies international business en finances etc. worden vaak ook hypotheses opgenomen die getoetst worden (ook bij scripties psychologie). 
  • Naast deze zaken wordt bij Scriptium feedback gegeven over stukken die herhaald worden, wanneer een zin of een stuk tekst inhoudelijke tegenstrijdigheden bevat, als zaken onduidelijk zijn en als er niet voldoende informatie wordt gegeven. 

Scriptium is de meest complete scriptieservice van Nederland. Het is een expertisebureau waar studenten de beste scriptiehulp van Nederland en Vlaanderen kunnen krijgen. 

http://www.scriptium.nl